Burn-out werknemer, wie heeft er hulp nodig?

Werkgevers hebben wereldwijd ongekende middelen geïnvesteerd in de geestelijke gezondheid en het welzijn van hun werknemers. Met een burn-out die zijn hoogtepunt heeft bereikt, vragen leiders zich af of zij een verschil kunnen maken. Onderzoek door McKinsey suggereert van wel.

 

Wereldwijd geven vier op de vijf HR-directeuren aan dat mentale gezondheid en welzijn een topprioriteit is voor hun organisatie. Veel bedrijven bieden een groot aantal wellness voordelen aan zoals yoga, meditatie app abonnementen, welzijnsdagen, en trainingen over timemanagement en productiviteit. Naar schatting bieden negen op de tien organisaties over de hele wereld een of ander welzijnsprogramma aan.

 

Hoe lovenswaardig deze inspanningen ook zijn, onderzoekers bij McKinsey hebben geconstateerd dat veel werkgevers zich richten op interventies op individueel niveau die symptomen bestrijden in plaats van de oorzaken van burn-out bij werknemers weg te nemen. Door dit soort interventies te gebruiken overschatten werkgevers mogelijk de impact van hun welzijnsprogramma’s en secundaire arbeidsvoorwaarden en onderschatten zij de cruciale rol van de werkplek bij het terugdringen van burn-out en het ondersteunen van de geestelijke gezondheid en het welzijn van werknemers.

 

Uit onderzoek blijkt dat wanneer werknemers gevraagd wordt naar aspecten van hun baan die hun geestelijke gezondheid en welzijn ondermijnen, zij vaak het gevoel hebben altijd oproepbaar te zijn, ongelijk behandeld te worden, een onredelijke werkdruk te hebben, weinig autonomie te hebben en te weinig sociale steun in de organisatie te krijgen. Dit zijn geen uitdagingen die waarschijnlijk met welzijnsprogramma’s zullen worden verbeterd. Tientallen jaren van onderzoek suggereren dat interventies die zich alleen op individuen richten veel minder kans hebben om een duurzame impact te hebben op de gezondheid van werknemers dan systemische oplossingen, waaronder interventies op organisatieniveau.

 

Organisaties betalen een hoge prijs voor het niet aanpakken van werkplekfactoren die sterk correleren met burn-out, zoals toxisch gedrag. Bij een toxische werkomgeving ervaren werknemers interpersoonlijk gedrag dat ertoe leidt dat zij zich niet gewaardeerd, gekleineerd of onveilig voelen, zoals oneerlijke of vernederende behandeling, niet-inclusief gedrag, sabotage, moordende concurrentie, misbruik door management en onethisch gedrag van leiders of collega’s. Een groeiende hoeveelheid bewijsmateriaal, waaronder het onderzoek in dit McKinsey rapport, werpt een licht op hoe burn-out en de correlaties daarvan kunnen leiden tot kostbare organisatorische kwesties zoals verloop. Ongekende niveaus van personeelsverloop, een wereldwijd fenomeen dat we omschrijven als ‘The Great Attrition’, maken deze kosten meer zichtbaar. Verborgen kosten voor werkgevers zijn ook absenteïsme, lagere betrokkenheid en verminderde productiviteit.

 

Dat is een reden waarom Tremonte een compleet aanbod doet om zowel curatief in te grijpen bij werknemers met ernstige stress- of burn-outklachten maar daarnaast ook om de werkomstandigheden dusdanig aan te passen dat de toxische kenmerken plaatsmaken voor positieve krachten.

 

Wil je meer weten over wat Tremonte jouw organisatie kan bieden, neem dan contact met ons op via info@tremonte.nl of bel via 085-400 10 70. Bezoek ook de website www.tremonte.nl.

 

De link naar het volledige onderzoek: McKinsey insights


Drs. John Kreuze, partner bij Tremonte BV
Augustus 2022